titre.gif (1451 bytes)

Lichtplan voor het Heizelplateau, Brussel (B)

Het project 'Lightscape(s)_displacement maps' is een studie voor publieke verlichting, ingewijd door Electrabel/Sibelgas. Het project heeft zowel betrekking op het zoeken naar een werkinstrument om het licht op de schaal van de stad toe te passen als op een begrip van het licht als dynamische vector van het stedelijke. Bijgevolg is het project een uitbreiding van de initiŽle vraag, een studie voor de publieke verlichting van het 'Koning Boudewijnstadion', naar een overkoepelende reflectie over het gehele Heizelplateau, waardoor we niet vervallen in de toepassing van een autonome lichtinstallatie. Daarnaast concentreert de studie zich niet enkel op een perceptie van licht als ruimtelijke installatie (light_topography), maar eveneens als temporele installatie (light_urbanism), waardoor we buiten de traditionele opvatting van de publieke verlichting treden om een opvallend stedelijk landschap te creŽren voor de site van de universele tentoonstellingen van 1935 en 1958.

commissioner's motivation: //

De studie werd oorspronkelijk bedacht ter begeleiding van de presentatie van de nieuwe katalogus van Electrabel/Sibelgas voor publieke verlichting in de Brusselse regio op de persconferentie van 20 januari 1999. Het project 'Lightscape(s)_displacement maps' is het resultaat van een samenwerking tussen vijf jonge architectecten, Pieter Desmedt-Jans en Kim Pecheur, afkomstig van Sint-Lucas Brussel en Manuel Abendroth, JťrŰme Decock en Naziha Mestaoui, afkomstig van La Cambre en heeft in april 1999 de prijs 'Tech-art' opgebracht, uitgereikt door de 'Vlaamse Ingenieurskamer'. De organsatie van de workshop toont een wijziging in de gebruikelijke benaderingswijze van publieke verlichting, naar het voorbeeld van publieke verlichtingsprojecten in Frankrijk en Duitsland. De huidige politiek van publieke verlichting heeft in de Belgische steden een ongedifferentieerd landschap veroorzaakt, alle contrasten uitgevlakt en de stad ondergedompeld in een oranje mist. Dit sfeerbeeld refereert naar de ervaring die we kennen van de nachtelijke omgeving van de snelwegen en laat geen enkel contrast op de site tot zijn recht komen.

con.texture: //

Het Heizelplateau heeft zijn eigenheid te danken aan een reeks evenementen zoals de twee universele tentoonstellingen, grote sportmanifestaties en commerciŽle beurzen. Momenteel is er een totale discrepantie tussen het landschap van het Heizelplateau en zijn gebruik, dat kan oplopen tot miljoenen mensen per jaar, dat nog zal vergroten tijdens evenementen als 'Euro 2000' en 'Europese Cultuurstad Brussel 2000'. De studie houdt rekening met -en is op die manier aanvullend op- de huidige projecten en werkzaamheden op de site en integreert een lichtinstallatie die zowel overdag als 's nachts tot uiting komt. Het project stelt een globale benadering voor en onderzoekt de rol van het licht als generator van het stedelijke. Het gebruikelijke kader van publieke verlichting, waar men enkel rekening houdt met de veiligheidscriteria, wordt overschreden door het onderzoeksveld te verbreden met stedelijke reflecties en een mogelijk culturele dimensie voor de publieke verlichting.

displacement maps://

'Displacement maps' laat toe het licht op een dynamische manier te visualiseren op stedelijke schaal en is een operationeel werkinstrument dat het licht determineert als een substantie die gedefinieerd wordt door de parameters intensiteit, kleur en temporaliteit (tijdelijke cycli).

Het basisidee van het project bestaat in het aanbrengen van lichtsferen, contrasterend in kleur en intensiteit, op de aanwezige uitrustingen (Brupark, tentoonstellingspaleizen, Atomium, stadion,…) en het uitbuiten van licht om sterke beelden te genereren, een uitzonderlijk dynamisch landschap te identificeren, of juist gehele landschappen uit te wissen. De conceptie van het lichtplan is direct afhankelijk van een algemene visie die het licht benadert als het resultaat van contrasterende installaties. Het project bewerkt aldus de creatie van een lichtlandschap, gediversifieerd doorheen tijdelijke cycli waarbij structuur -het landschap-, activiteiten -het programma- en flux -de infrastructuur- verenigd zijn in ťťn installatie.

Bij gebrek aan werkmateriaal dat zou toelaten de hypothesen over het licht toe te passen en te testen op de schaal van de stad, hebben we de mogelijkheden van in de filmwereld gebruikte computerprogramma's afgetast, met als doel dynamische simulaties te genereren. De dynamische functies van deze programma's hebben het mogelijk gemaakt om het licht, een immateriŽle en variabele substantie, te bewerken met een globale visie en een logica die evenveel temporeel is als ruimtelijk. De uitbuiting en conceptualisering van de functies, 'displacement maps' genoemd, zijn aan de simpele toepassing van het computerinstrument voorbijgegaan en hebben geleid tot een actieve integratie ervan in het werkproces zelf. Doorheen de vierdimensionele (x,y,z,t) visualisatie van het licht accentueert de animatie het specifiek potentieel van het licht als dynamische substantie bovenop die als statische substantie.

De vervormingen van het grid komen in eerste instantie overeen met intensiteitsvariaties, in tweede instantie met tijdsgebonden variaties, gekoppeld aan verschillende activiteitencycli (het stadion is verlicht op het moment van een wedstrijd,…), in derde instantie tonen ze het contrast tussen een projectie van kleuren op de site en de bestaande oranje mist.

INTENSITEIT - de bestaande situatie hebben we afgeleid uit een intensiteitsmeting ter plaatse. In deze configuratie van het grid is het Atomium het enige 'geŽxtraheerd' element, contrasterend met de uniforme oranje mist. In het project worden andere punten geŽxtraheerd door een lichtintensiteitsvariatie die, al naargelang de situatie, toegevoegd (accentuering) of afgetrokken wordt. Dit vormt specifieke ruimtelijke configuraties, 'lightscapes' genoemd.

TEMPORALITEIT - de transformaties van het grid maken het mogelijk intensiteits- en kleurenvariaties te concipiŽren die evolueren in de tijd, gekoppeld aan verschillende activiteitencycli. Deze afhankelijkheid van het licht aan een activiteit vormt een verlengstuk voor zijn statische aan/uit-benadering en vormt voortdurend nieuwe configuraties of temporele 'lightscapes'. Het werken met de temporele cycli verbuigt het licht -tot nu toe een structurele installatie- tot een tijdsvector gestuurd door interactie en evenement.

KLEUR - de site die vandaag baadt in een uniforme 'oranje mist', krijgt een diversifiŽring die wordt geÔntensifieerd door het gebruik van kleuren. Een onderzoek naar een mogelijke relatie tussen de RGB-code en de activiteiten op de site leidt tot een additieve bewerking van het licht waarbij wit de meeste informatie bevat en overeenstemt met de zwaarste activiteit (grootste dichtheid aan bezoekers). De ontbinding van wit geeft een kleurenpalet dat via de ruimtelijke installatie terugkomt in de lichttopografie ('light-topography').

Dit lichtlandschap, ontstaan door tussenkomst van de computer, baseert zich op een intensiteits- en kleurenvariatie in de tijd met als doel een schakerende lichtconfiguratie te creŽren die zowel overeenkomt met de ruimtelijke structuur als met de activiteit of het individueel gebruik van de plek, de interactiviteit.

Light-topography://

De structurele installatie, 'light-topography' genoemd, creŽert verschillende lichtlandschappen ('lightscapes') doorheen de specifieke verlichting van punten, lijnen, oppervlakken en interfaces.

De creatie van de lichttopografie komt overeen met de ruimtelijke organisatie van het lichtplan, de site structurerend met behulp van de types punt, lijn, oppervlakte, interface. Het punt komt overeen met een lichtinstallatie op schaal van het gebouw, de lijn op schaal van de infrastructuur, de oppervlakte op schaal van gehele uitrustingen en de interface op schaal van de plaatsen van uitwisseling. De superpositie van dit ruimtelijk grid transfigureert het idee van het plan van de aanleg van de universele tentoonstelling van 1958, met als bijnaam 'de koe', naar een algemene benadering. Op deze manier juxtaposeert het project verschillende programmatorische entiteiten, elk geregeerd door een eigen temporele en ruimtelijke logica om een gecontrasteerde omgeving te vormen.

Deze structurele benadering is het resultaat van een stedelijke analyse en een synergie van de geciteerde installaties tot een gecontrasteerde lichttopografie. De variaties in lichtsferen worden bekomen door een accentuering of uitwissen van de verschillende entiteiten en vormen de basis van het geprojecteerde landschap. De articulatie van deze ruimtelijke systemen in de tijd leidt tot de eindconfiguratie van het project, de 'dynamische light-scapes'.

PUNT: de zoektocht naar de te verlichten elementen (punten) en hun respectievelijke groeperingen heeft geleid tot een benadering in vier landschappelijke configuraties, reeksen genoemd. Het idee van de reeksen bestaat erin de voornaamste ruimtelijke configuraties van een site en hun specifieke perceptie en dynamiek te identificeren. De 'runway', de 'highway', de 'axis 35-58' en de 'skyline' vormen de basisstructuren van het waargenomen landschap.

Reeks 1 - A12-'runway Heizel', de aaneenschakeling van gerichte verlichting die fragmenten van gebouwen benadrukt (cf. een logo), maakt een geritmeerde reeks langs de ingang/uitgang van de stad, de A12. De variŽrende afstanden tussen de lampen van de autosnelweg op het segment van de Heizel zou het snelheidsverhogend/snelheidsverminderend effect versterken. Het inspelen op de bewegingen die gekoppeld zijn aan de snelweg heeft mede de kwalificatie van dit landschap, 'runway' genoemd, bepaald.

Reeks 2 - de ring-'highway Heizel', de plaatsing van twee lichtborden onder vorm van logo's die verwijzen naar Paleis 5 en het Koning Boudewijnstadion adverteren de voornaamste uitrustingen op de site naar de ring, de belangrijkste toegang voor de bezoekers. De lagere ligging van de ring laat enkel visuele perceptie van de lichtsignalen toe indien zij op een bepaalde hoogte geplaatst zijn.

Reeks 3 - Eeuwfeestlaan-'axis 35-58', de herinvoering van de oorspronkelijke verlichting van het Atomium en de keuze om tentoonstellingspaleis 5 te verlichten, zou de monumentale 'as 35-58' herwaarderen. Dit stedelijk meubel is ťťn van de voornaamste structurerende elementen op de site zelf.

Reeks 4 - Houba de Strooperlaan-'skyline Heizel', de verlichting van een reeks bouwwerken (Koning Boudewijnstadion, de glijbaan van Oceadium, het Planetarium, het Atomium en de kerk van het Heilig Hart) zou een werkelijke 'skyline' vormen naar de lager gelegen stad toe, gebruik makend van de topografie van het Heizelplateau. Een skyline gevormd rondom een heterogeniteit van tekens, getuigen van de grote diversiteit van de plek.

LIJN: Het nadenken over de intermediaire ruimten die de verschillende programmatorische entiteiten van de Heizel omringen, heeft geleid tot een parcours dat de bestaande fluxen linkt via hun onvermijdelijk contactpunt, de parkings. De vermindering van de lichtintensiteit op deze plaatsen maakt het mogelijk het contrast tussen de verschillende eenheden te verhogen. Het verlies aan lichtintensiteit wordt gecompenseerd door een grond(oppervlakte)behandeling, bijvoorbeeld door het gebruik van kleuren of weerkaatsende materialen, van het nieuw parcours doorheen deze verschillende fragmenten. De behandeling van het parcours als grafische drager versterkt het tevens als oriŽntatie- en informatiedrager terwijl de stedelijke signaletiek gelinkt wordt met een signaletiek van het licht. Het werken rond het parcours illustreert de zoektocht naar de directe implicatie van het gebruik van gedifferentieerde materialen op het toegepaste licht en naar de dragers van het licht. Deze interventie baseert zich op een technisch gamma bestaande uit het gebruik van reflectoren, lichtgevende verf en reflecterende bedekking.

OPPERVLAKTE: De benadering van de grote uitrustingen (Koning Boudewijnstadion, Brupark,…) geeft vorm aan een principe dat gebaseerd is op een onafhankelijke verlichting voor elk van de programmatorische eenheden. Dit systeem leidt tot een flexibel lichtplan, de formele contrasten en functionele realiteit uitbuitend in de tijd. Op deze manier is het werken met de lijn, de oppervlakken (programmatorische 'vlekken') en de tussenruimten een transfiguratie van het plan van de aanleg van Expo 58, dat in de Paris Match van datzelfde jaar de bijnaam 'de koe' meekreeg. De uitrustingen en de accentuering van hun lichtintensiteit hebben er bijvoorbeeld toe geleid het stadion te behandelen als een lichtobject. Het gekleurde licht, geprojecteerd tegen de onderkant van de tribunes, komt overeen met de sectoren van de publieke toegangen tot het stadion en buit de signaalfunctie van het licht uit. Een lichtgevende ring met een gering licht cirkelt rond het stadion en wordt benadrukt door een programmeerbare en geactualiseerde lichtkrant die voor heel het Heizelplateau informatie van ťťn gezichtspunt naar een ander transporteert.

INTERFACE: De interfaces (tussenruimten) zijn de plaatsen van uitwisseling die het Heizelplateau verbinden met zijn omgeving en waarvan de verlichting onmiddellijk beÔnvloed wordt door de gebruikers. In het geval van het Heizelplateau komen deze plaatsen overeen met de parkings, waaronder parking S, zijnde de interface met de stad, parking E, de interface met de periferie en de A12 en parking C, de interface met de ring. De benadering van parking C (10000 plaatsen) behandelt de voornaamste toegang tot de Heizel als een landschappelijke interventie op grote schaal. De betonblokken worden bestreken met een fosforescerende verf waardoor overdag een gekleurde vlakte ontstaat en 's nachts een oplichtend landschap. De fosforescerende verf reageert op het individuele gebruik van de ruimte (bijvoorbeeld de koplampen van de auto's) waardoor het idee van de interface nog een supplementaire dimensie meekrijgt als reactieve omgeving, gelinkt aan de gebruiker.

Light-urbanism://

Het concept van een 'light-urbanism' articuleert de idee van het licht als een temporele installatie, als tegelijkertijd de combinatie van vaste verlichting, een variabele installatie gekoppeld aan de evenementiŽle dimensie van de site en interactieve dragers gelinkt aan het individu.

De term 'light-urbanism' -licht(e)stedebouw- transponeert de dubbele betekenis van 'light' om tegenover de vormen van intensieve stedenbouw de installatie van een lichte, tijdelijke en structurele lichtinstallatie te plaatsen. De relatie die gelegd werd tussen het licht en een activiteit, heeft geleidt tot de conceptie van evoluerende interventies in de tijd en heeft een vocabularium gedetermineerd van het type VAST - VARIABEL - REACTIEF voorbij de gebruikelijke on/off-toepassing. Ten opzichte van de lichttopografie komt de vaste interventie overeen met de behandeling van de punten, de variabele met de activering van de oppervlakken en de reactieve met het statuut van de interface. Dit temporeel vocabularium van het licht laat toe specifieke configuraties te bedenken die variŽrend tot uiting komen voor elk van de grote sportieve, commerciŽle of culturele evenementen.

VAST- de vaste installaties komen overeen met de vier landschappen die gedefinieerd worden door de punten en hebben een eenvoudige on/off-functionering die een minimale en gekleurde lichtgevendheid uitstraalt. Zij vormen de vaste en structurele basis van dit dynamisch landschap.

VARIABEL- de variabele lichtinstallaties komen overeen met de oppervlakken en vertonen een intensiteits- en kleurenevolutie in de tijd, in verband met de activiteitencycli van de verschillende uitrustingen. In een schakering van niveaus worden de uitrustingen gedefinieerd met telkens de corresponderende kleur en lichtintensiteit, gaande van het minimale activiteitenniveau met een geringe en gekleurde lichtintensiteit tot op het maximale niveau met verhoogde en witte lichtintensiteit. In het project heeft de studie zich geconcentreerd op het stadion dat op zijn minimaal activiteitenniveau verlicht wordt door de rode lichtkrant met sportnieuws en door de kleurencode onder de tribunes, op zijn maximaal activiteitenniveau wordt de verlichting van deze uitrusting vervolledigd door de vier hoge-intensiteitsverlichtingsmasten. Op deze manier transponeert het project de RGB-code van de verlichting (waar wit licht overeenkomt met de synthese van alle kleuren) naar de schaal van de stad gekoppeld aan dichtheid, evenement en activiteit.

REACTIEF- de reactieve interventies houden rekening met het statuut van interface van de plaatsen waarop ze betrekking hebben door de plaatsgebonden gegevens te vertalen in lichtinstallaties. De relatie tussen de activiteiten, de flux,… en het licht anticipeert op een relatie tussen de stedelijke ruimte en het individu. Bijvoorbeeld bij de interventie op parking C, waar fosforescerende blokken geŽnsceneerd worden die informatie onder de vorm van licht (natuurlijk en kunstlicht) absorberen om tenslotte zelf lichtgevend te worden, is het al voldoende dat een auto zich 's nachts een weg baant tussen de blokken om een tijdelijk lichtspoor achter te laten in het landschap. Deze individuele bewerking van het landschap wordt een 'hyperspoor' genoemd door de tijdspanne die bestaat tussen het evenement, de informatie en haar totale verdwijning.

Conclusie://

Het project voor de Heizelsite illustreert het potentieel en de diversiteit aan sferen verkregen met behulp van lichtinstallaties en stelt een reflectie voor over de rol van het licht in het stedelijk landschap. Het licht wordt niet langer benaderd als een geÔsoleerd element bedacht in een vaak te pragmatische context, maar integreert zich volledig in de reflecties over de omgeving. In zijn benadering vertaalt het project de zoektocht naar een nieuwe vorm van publieke verlichting in een overschrijding van de eenzijdige vraag voor een praktische en technische verlichting om een polysemisch medium te worden en op een stedelijke schaal de culturele dimensie van de openbare ruimte te verwerven.

LAB[au], M.Abendroth, J.Decock, N.Mestaoui + K. Pecheur, P. Desmedt-Jans, 1999.